“Eens ‘circulair bouwen’ een banaal begrip geworden is, is onze opzet geslaagd”

“Eens ‘circulair bouwen’ een banaal begrip geworden is, is onze opzet geslaagd”

Circulaire gevelsystemen (2020)
over de thesis van Emiel Debusseré en Eline Leenknecht

Promotor(en) Prof. dr. ir.-arch. Marijke Steeman, prof. dr. ir.-arch. Nathan Van Den Bossche, Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur

lib.ugent.be
Redactie Emiel Debusseré, Eline Leenknecht, Lore Ramon

“Circulariteit? Nooit van gehoord”

Circulariteit is een begrip dat de laatste jaren op de lippen ligt bij iedereen in de bouwsector. Toch weet lang niet iedereen wat het exact inhoudt en hoe het toegepast wordt in praktijk.

Nochtans zou een transitie naar circulariteit in de bouwsector ook ver daarbuiten voelbaar zijn. Dit valt uit te leggen aan de hand van het alom bekende klimaatprobleem: een actueel thema waarin de bouwsector een belangrijke rol speelt met zijn grote fractie ‘bouwafval’. Helaas is dit afval vaak nog niet op het einde van zijn levensduur. Eventuele recyclage van dergelijke materialen zou ervoor zorgen dat de CO2-uitstoot, te wijten aan ontginning van nieuwe materialen, zou verminderen.

Het moet de bedoeling zijn materialen te gebruiken in toepassingen waar ze over hun volledige levensduur hun nut kunnen bewijzen. Dit verantwoordt de intrede van circulaire bouwmaterialen en -pakketten die omwille van hun ontwerp en bevestigingsmethode gebruikt kunnen worden over meerdere jaren in verschillende toepassingen. Het spreekt voor zich dat verlijmde materialen moeilijker te hergebruiken zijn dan mechanisch bevestigde elementen (bv. door middel van schroeven). Circulariteit verzekert een gesloten kringloop waarbij materialen steeds hergebruikt kunnen worden en dat met een zo klein mogelijke waardevermindering.

Daarnaast doet circulariteit zijn intrede in de businessmodellen van de bouwwereld. Algemeen worden producten steeds meer als dienst aangeboden waarbij de consument betaalt voor het gebruik van een goed, eerder dan voor de aankoop ervan. De producent van de bouwmaterialen blijft in dergelijk businessmodel eigenaar van het goed en heeft er zodoende alle belang bij dit goed te onderhouden. Dit is dan ook een pluspunt voor de levensduur van de materialen. Een concreet voorbeeld hiervan is de ‘Gevel as a service‘. Daarbij plaatst een aannemer een gevel en sluit hij een onderhoudscontract af met de eigenaar. In dit contract wordt een vergoeding afgesproken die de aannemer krijgt om deze gevel zolang als gewenst in goede staat te houden.

Het grote voordeel van een dergelijk businessmodel is dat het onderhoud van de bouwelementen ten laste ligt van de persoon met de grootste kennis van zaken. In het voorbeeld hierboven heeft de aannemer veel meer kennis omtrent het onderhoud van de gevel dan de particulier die de gevel ‘besteld’ heeft. Daarnaast heeft de eigenaar van de gevel (= de aannemer) er alle belang bij de gevel in goede staat te houden. Hij krijgt namelijk een vast bedrag per maand/jaar om de gevel te onderhouden. Door goed onderhoud kan de aannemer grote renovaties beperken en zo een grotere winst overhouden aan zijn vaste vergoeding. Voordelig voor de klant is dat de grote kost gespreid wordt. De klant moet niet eenmalig betalen voor het plaatsen van de gevel, maar kan deze kost spreiden over verschillende jaren heen naargelang het contract.

“Circulariteit, hoe valt dat dan te meten?”

In een eerste deel van het onderzoek werd nagedacht over een methode om de circulariteit van materialen te meten en te kwantificeren. Hiervoor werden enkele onderzoekscriteria opgesteld waarmee bouwmaterialen werden beoordeeld. Een minimale ecologische impact en verder ook hergebruik van materialen hangt onder andere af van het percentage nieuwe grondstoffen, eindelevensduurfactoren zoals stort, verbranding of recyclage, de levensduur, de milieu-impact etc. Ook flexibiliteit is essentieel, omdat niet elk materiaal in elke toepassing gebruikt kan worden. Daarnaast speelt de mogelijkheid tot schade tijdens het (de)monteren van een materialen een rol. Per materiaal werden de voorgenoemde criteria bekeken en vervolgens werd op elk criterium een weegfactor toegepast om per materiaal een uiteindelijke score te verkrijgen.

Het einddoel is een globale score die aangeeft hoe circulair een materiaal is. Aangezien gefocust werd op gevelsystemen, werden de materialen in drie categorieën ingedeeld: binnenspouwblad (prefab beton, cellenbeton, kalkzandsteen, baksteen), isolatie (PUR/PIR, rotswol, XPS etc.) en gevelbekleding (hout, gevelsteen, vezelcementplaat etc.).

In een volgend deel werden de geëvalueerde materialen samengebracht tot een gevelpakket bestaande uit drie materialen: één uit elke categorie. In deze stap werd bijzondere aandacht besteed aan levensduurbeïnvloedende factoren van de lagen onderling. Dit uit zich vooral in bevestigings- en verankeringsmethodes. Niet alleen het type verbinding is belangrijk, maar ook de toegankelijkheid van het aansluitpunt speelt een grote rol. De lagen dienen bij voorkeur onafhankelijk van elkaar te worden opgesteld, zodat een reparatie van een achterliggende laag eenvoudig uitgevoerd kan worden. Als je bijvoorbeeld kiest voor een gemetselde gevelsteen, dan is het niet zo gemakkelijk om later de isolatie aan te passen (bv. bij gewijzigde energienormen). Wanneer er daarentegen gekozen wordt voor vezelcementplaten als gevelbekleding, dan is het makkelijker om de isolatie te vernieuwen, omdat deze platen losgeklikt kunnen worden, zonder schade te veroorzaken aan andere lagen.

“Meten is weten!”

Aan de hand van scores voor bouwmaterialen en labels voor gevelpakketten wordt de gebruiker bewust gemaakt van de duurzaamheid van de materialen. Het is belangrijk in te zien dat een combinatie van de best scorende materialen (de beste uit elke categorie) volgens de opgestelde onderzoekscriteria, niet leidt tot het best scorende gevelpakket. Dit leert dat parameters op pakketniveau (demonteerbaarheid, toegankelijkheid v/d verbinding) ook een doorslaggevende rol kunnen spelen in de wijziging van de scores van het pakket. De drie materialen kunnen bijvoorbeeld elk afzonderlijk goed scoren, maar toch kan een bepaalde factor op pakketniveau een minder goede totaalscore voor het pakket opleveren. Het analyseren van materialen op zich geeft geen voldoende indicatie over de circulariteitsvriendelijkheid van een pakket.

“Bouw aan de toekomst, doe beroep op creativiteit”

Circulair bouwen is dus de toekomst. Maar iedereen houdt graag vast aan oude gewoontes en net daarom is het moeilijk om nieuwe zaken te implementeren. De metamorfose gebeurt bijgevolg gestaag. Desalniettemin sijpelt de gedachte dat een circulaire economie stilaan broodnodig wordt ook door tot op verschillende niveaus binnen de samenleving. “Thinking outside the box”, een gedachte waarmee we zelf aan de slag gingen om enkele innovatieve ideeën te ontwikkelen, zal nodig zijn om de overstap uiteindelijk te maken. Naast een duurzaamheidstransitie is dus ook een sociale transitie nodig. Dit vraagt vooral een wijziging in het denkpatroon van personen.

De Belg is nog steeds met een baksteen in de maag geboren, waardoor dergelijke systemen implementeren niet vanzelf gaat. Het is belangrijk dat materialen die recycleerbaar en herbruikbaar zijn, ook effectief gerecycleerd en hergebruikt worden. Vandaag wordt er nog te vaak afgebroken, zonder oog voor recuperatie. Dit moeten we in de toekomst vermijden. En dit verhaal begint natuurlijk bij het ontwerp van het gebouw. Een goed ontwerp moet leiden naar een eenvoudige manier van afbreken waarbij recuperatie perfect mogelijk moet zijn.

Wordt dit proces van ontwikkelingen eenvoudig? Helemaal niet. Net daarom is nood aan mensen met een duidelijke toekomstvisie in de bouwsector. Personen die verder kijken dan vandaag en bezig zijn met wat komt. De transitie wordt zonder twijfel een proces met vallen en opstaan, waardoor ook standvastigheid een absolute must is. Systemen die voldoen aan een duurzaam toekomstperspectief en die de basisbehoeften van toekomstige generaties niet in het gedrang brengen worden steeds belangrijker.

Hopelijk werd met deze masterproef de fundering gelegd van wat uitgroeit tot de doorbraak van de circulaire bouweconomie.

Figuur: Circulaire bouwsector | Bron: Transforming construction: building the uk’s circular economy (2021)